De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers komt steeds dichterbij. Met deze zogenoemde basisverzekering wil de overheid zelfstandigen beter beschermen tegen inkomensverlies bij langdurige ziekte. De verzekering geldt straks voor vrijwel alle IB-ondernemers en zorgt voor een basisvangnet, waarbij je bij arbeidsongeschiktheid een uitkering krijgt tot maximaal het minimumloon.
De premie wordt naar verwachting circa 5,4% van je inkomen, met een maximum van ongeveer €171 per maand. Daar staat tegenover dat de dekking beperkt is en dat de uitkering pas na een wachttijd van twee jaar ingaat. Het gaat dus nadrukkelijk om een basisvoorziening, niet om volledige inkomenszekerheid.
De exacte invoeringsdatum staat nog niet vast, maar de verwachting is dat de regeling rond 2030 ingaat. Dat lijkt nog ver weg, maar de keuzes die je nu maakt kunnen straks bepalend zijn. Bijvoorbeeld als je gebruik wilt maken van een eigen verzekering in plaats van de standaardregeling. Het is daarom verstandig om nu al na te denken over hoe je jouw inkomenszekerheid wilt inrichten.
Wat dit concreet betekent voor jouw situatie, verschilt per ondernemer. Wil je weten wat in jouw geval verstandig is, de basisverzekering of een eigen oplossing? We kijken graag met je mee. Zo zorgen we dat je niet alleen voldoet aan de regels, maar vooral goed voorbereid bent op wat er komt.
Rijd je in een zogeheten Youngtimer en betaal je daardoor een lagere bijtelling voor privégebruik? Dan kan het zijn dat dit fiscale voordeel binnenkort voor jou vervalt. Het is dan van groot belang dat je z.s.m., maar uiterlijk 31 december 2026 in actie komt. Hierna vind je kort samengevat de belangrijkste wijzigingen en mogelijke oplossingen.
Hoe werkt de Youngtimerregeling ook alweer?
Als je in een auto van de zaak rijdt en daarmee ook meer dan 500 kilometer per jaar privé rijdt, moet een bijtelling plaatsvinden bij het inkomen uit werk en woning (box 1). Voor de IB-ondernemer gaat dat via de IB-aangifte en voor de DGA wordt hiermee al rekening gehouden bij de verloning.
De hoogte van de bijtelling wordt voor nieuwe auto’s gebaseerd op de cataloguswaarde (dat is dus inclusief BPM en BTW). Het percentage bijtelling is afhankelijk van het jaar van aanschaf en of de auto al dan niet elektrisch aangedreven is. In de meeste gevallen is dit echter 22%.
Dit is anders als de auto onder de Youngtimerregeling valt. In dat geval is de jaarlijkse bijtelling (slechts) 35% van de waarde in het economisch verkeer (WEV). Dit lijkt wellicht hoger, door het hogere percentage, maar naar mate een auto ouder is, wijkt de WEV meestal steeds meer af van de cataloguswaarde, waardoor deze regeling aanzienlijk gunstiger is. Tot 1 januari 2026 kon je van deze regeling gebruikmaken vanaf het moment dat de auto tenminste 15 jaar oud was.
Wat is er veranderd?
Met ingang van 2026 is de minimumleeftijd voor toepassing van deze regeling verhoogd naar 16 jaar.
Met ingang van 2027 wordt de minimumleeftijd zelfs 25 jaar. Zolang de auto jonger is dan 25 jaar wordt de bijtelling dan 25% van de (historische) cataloguswaarde, dus niet 22% zoals voor nieuwe auto’s geldt.
Wat kun je doen?
Je hebt een aantal opties, afhankelijk van of je IB-ondernemer of DGA bent. Opties die voor iedereen gelden zijn:
Opties voor de IB-ondernemer
Opties voor de DGA
Meer weten?
Wil je meer weten over de wijzigingen in de Youngtimerregeling? Neem dan contact met ons op. We helpen je graag verder.
Het einde van het jaar komt in zicht. Een goed moment om stil te staan bij de zaken die u vóór het einde van 2025 nog wilt regelen. Denk aan het uitkeren van dividend, schenken aan (klein)kinderen, een pensioenstorting of andere keuzes waarbij de laatste weken van het jaar vaak net wat extra mogelijkheden bieden om plannen af te ronden en te optimaliseren.
Wij attenderen u graag op ons document Actiepunten eind 2025. Hierin vindt u een overzicht van belangrijke aandachtspunten en kansen die u mogelijk nog kunt benutten vóór het einde van het jaar. Wij adviseren u om het document rustig door te nemen.
Wilt u bespreken wat in uw situatie het meest passend is? Neem dan gerust contact met ons op, we denken graag met u mee.
Download de checklist: Actiepunten eind 2025
De Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met de Wet tegenbewijsregeling box 3. Deze wet geeft invulling aan het (aanvullend) rechtsherstel box 3, zoals de Hoge Raad in diverse arresten heeft beslist. Hieraan wordt uitvoering gegeven via het door de Belastingdienst beschikbaar gestelde ‘Opgave werkelijk rendement-formulier’ (OWR-formulier). Hierna geven we aan wie van de tegenbewijsregeling gebruik kunnen maken en wanneer actie moet worden ondernomen.
Systeem box 3 vanaf 2017 strijdig met Europese regels
De Hoge Raad heeft op 6 juni 2024 in 5 arresten geoordeeld dat het forfaitaire systeem van box 3 in strijd is met Europese regels. Als het werkelijke rendement aantoonbaar lager is dan het forfaitaire rendement moet rechtsherstel worden geboden. Daarbij bestaat echter geen recht op kostenaftrek, maar wel op aftrek van rente op schulden in box 3. Al deze elementen zijn meegenomen in de Wet tegenbewijsregeling box 3. Het toegepaste forfaitaire rendement in een jaar kun je terugvinden op jouw aanslag inkomstenbelasting onder het rendement op bezittingen en aftrekbare schulden.
Actie
Ontvang je een nieuwe definitieve aanslag inkomstenbelasting met box-3-heffing? Neem dan ter behoud van rechten contact met ons op, zodat we tijdig bezwaar kunnen maken.
Wie heeft recht op rechtsherstel?
Wie er recht heeft op rechtsherstel verschilt per jaar:
Niet-bezwaarmakers
Heb je over oude jaren geen bezwaar gemaakt? Dan zul je de uitkomst van de massaalbezwaarplus-procedures moeten afwachten. Daarin zal worden vastgesteld of ook niet-bezwaarmakers recht hebben op rechtsherstel voor de oude jaren. De eerste rechtbankprocedures zijn door belastingplichtigen verloren, maar zij procederen door tot aan de Hoge Raad. Het zal daarom nog wel even duren, voordat er in deze procedures een definitief oordeel is van de Hoge Raad. Het digitale OWR-formulier maakt geen onderscheid tussen belastingplichtigen die wel en niet tijdig bezwaar hebben gemaakt. Alle belastingplichtigen zien in het formulier in alle belastingjaren de optie: ‘Mijn werkelijke rendement box 3 opgeven’.
Lang niet altijd rechtsherstel
Per jaar bepaalt het totale rendement over jouw hele vermogen of je eventueel recht hebt op rechtsherstel. Hierdoor is rechtsherstel lang niet altijd mogelijk. Een slecht jaar op de beurs kan bijvoorbeeld gecompenseerd zijn in datzelfde jaar door een positieve waardemutatie op vastgoed. De voornaamste groep die box-3-heffing terug zal krijgen, dankzij de uitspraak van de Hoge Raad, zullen mensen zijn met bijvoorbeeld enkel spaargeld, laagrentende vorderingen en beleggingen die in een bepaald jaar verlies hebben geleden. Vooral in het jaar 2022 hebben de beleggingen een negatief resultaat behaald, maar in individuele gevallen kan dat ook in andere jaren spelen.
Actie
Kijk op de aanslag inkomstenbelasting naar de hoogte van jouw forfaitaire rendement in box 3. Het kan namelijk zijn dat de kosten van het bepalen van het werkelijk rendement de baten te boven gaan. Alleen bij een hoog forfait en een laag werkelijk rendement op jouw hele vermogen, heeft het indienen van het OWR-formulier zin.
Tijdslijn
Als je tot de doelgroep van de tegenbewijsregeling behoort, krijg je vanaf juli 2025 een attentiebrief van de Belastingdienst. Daarin word je per belastingjaar geattendeerd op de mogelijkheid om via het OWR-formulier box-3-heffing terug te vragen. De definitieve aanslagen over de jaren 2023 en 2024 zijn nog niet vastgesteld. Ook kan het zijn dat je nog geen verminderingsbeschikking hebt gehad, nadat je tijdig bezwaar hebt gemaakt. De vaststelling van deze aanslagen en/of beschikkingen staat gepland voor:
Twee termijnen
Twee termijnen zijn van belang bij het indienen van het OWR-formulier. Beide termijnen beginnen te lopen vanaf de dagtekening van de brief met de uitnodiging tot het invullen van het OWR-formulier. De termijn om het OWR-formulier bij de Belastingdienst in te dienen is 26 weken als jouw belastingadviseur de aangifte onder zijn beconnummer heeft ingediend. In andere gevallen is de termijn 12 weken.
OWR-formulier
In het digitale OWR-formulier geef je per belastingjaar het werkelijke rendement van jouw hele vermogen aan. Is jouw werkelijke rendement aanmerkelijk lager dan het forfaitaire rendement, dan kun je de gegevens per belastingjaar verzamelen en naar ons opsturen, zodat wij het formulier voor je kunnen indienen. Denk hierbij aan: jaaroverzichten van je bank, beleggingen, crypto’s, huuropbrengsten, WOZ-waarden of taxaties. Enkel een volledig overzicht van de noodzakelijke gegevens per belastingjaar kunnen wij in behandeling nemen. De extra werkzaamheden voor de indiening van de OWR-formulieren zorgen voor extra druk op ons personeelsbestand. We vragen je dan ook om geduld te hebben met de verwerking van jouw gegevens.
Directe rendement
Directe rendementen zijn de ontvangen inkomsten uit jouw vermogen, zoals rente, huuropbrengsten en dividenden op beleggingen. Uitgangspunt hierbij is het kasstelsel. Dat wil zeggen dat als je rente die betrekking heeft op een tijdvak in het kalenderjaar pas in het volgende kalenderjaar ontvangt, behoort deze rente tot het werkelijk rendement in het volgende kalenderjaar. Controleer daarom de bankafschriften van december en januari om vast te stellen wanneer de rente wordt uitbetaald.
Indirect rendement: vermogensaanwas
Voor aandelen e.d. moeten naast de reguliere voordelen als dividend, ook de ongerealiseerde waardestijgingen en -dalingen worden aangegeven. Die waardeontwikkeling (het indirecte rendement) bepaal je door de waarde van dit vermogen aan het einde van het jaar te verminderen met de waarde aan het begin van het jaar. Heb je gedurende het jaar stortingen gedaan (bijvoorbeeld aandelen gekocht), dan komen die in mindering. Heb je vermogen onttrokken (aandelen verkocht), dan tel je die erbij. Bij beleggingen en crypto’s is een helder overzicht nodig van alle aan- en verkooptransacties.
Meer weten?
Heb je vragen over de acties die je moet ondernemen om via het OWR-formulier box-3-heffing terug te vragen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen je graag verder.
Op 1 maart a.s. start de digitale aangifteronde Inkomstenbelasting 2025 (IB 2024). In deze aangiftebrief vindt u de meest in het oog springende zaken waarop u attent moet zijn bij de aangifte IB 2024. We richten ons op de wijzigingen uit de Belastingplannen voor 2024 en op enkele zaken waarop u elk jaar extra alert moet zijn.
In deze aangiftebrief leest u meer over de volgende onderwerpen:
1. Inleiding
1.1 Uitnodiging aangifte doen nog steeds digitaal én per post
1.2 Laat de vooraf ingevulde aangifte controleren en aanvullen
1.3 Zelf invullen lastig en/of te veel gedoe?
2. Aangifte(gegevens) IB 2024
2.1 Eigenwoningforfait
2.2 Verdeling eigenwoningforfait en hypotheekrenteaftrek
2.3 Doe opgave (gewijzigde) eigenwoninglening bij familie of bv
2.4 Afbouw aftrek geen of kleine eigenwoningschuld
2.5 Aftrek afgestorte FOR in lijfrente
2.6 Aftrek lijfrentepremie
2.7 Giftenaftrek
2.8 Giften in natura onderbouwen
2.9 Dubbele vrijstelling voor polissen op verzoek ook bij ontbreken dubbele begunstiging
2.10 Check renteaftrek na tijdelijke verhuur
2.11 Excessief geleend bij uw bv?
2.12 Vermogen in box 3
Klik hier om te ‘Aangiftebrief 2025 (IB 2024)’ te bekijken.
De conceptwetgeving om de box-3-heffing in overeenstemming te brengen met de uitkomsten van de uitspraken van de Hoge Raad van 6 en 14 juni 2024 is klaar. Dat maakt staatssecretaris Idsinga bekend in een brief aan de Tweede Kamer. Hierin beschrijft hij – naast de nieuwe regels voor het bepalen van het werkelijk rendement – ook de stand van zaken van het rechtsherstel en wie er gebruik kunnen maken van de tegenbewijsregeling. Het wetsvoorstel wordt in het eerste kwartaal van 2025 ingediend bij de Tweede Kamer en treedt waarschijnlijk op 1 juni 2025 in werking. Het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ komt in de zomer van 2025 beschikbaar.
Tegenbewijsregeling
Hierna is op een rij gezet welke belastingplichtigen in beginsel gebruik kunnen maken van de tegenbewijsregeling. Het gaat daarbij om de belastingjaren 2021 en later, de belastingjaren 2019 en 2020 en de belastingjaren 2017 en 2018:
Er is volgens de staatssecretaris dus sprake van een ruime benadering van de doelgroep. Degenen van wie de desbetreffende aanslag op 6 juni 2024 al wel onherroepelijk vaststond, maar op 24 december 2021 nog niet, kunnen namelijk in aanmerking komen voor aanvullend rechtsherstel. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat tijdig – dus binnen de vijfjaarstermijn – een verzoek tot ambtshalve vermindering is of wordt gedaan. Het invullen van het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ zal worden gezien als een verzoek tot ambtshalve vermindering.