Elk kwartaal brengt Refizium u op de hoogte van relevante ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op uw onderneming. In dit fisckwartaaltje treft u de volgende onderwerpen:

Tips voor de ondernemer

Tips voor de DGA

Tips voor werkgevers en werknemers

Tips voor elke belastingbetaler

Klik hier voor het Fisckwartaaltje

In het Refizium FiscKoffertje 2025 zetten we de belangrijkste (fiscale) veranderingen op een rijtje.

De zomer is begonnen en dit is de laatste nieuwsbrief voor de vakantieperiode. Maar dat betekent niet dat het werk stil ligt. Bij Refizium blijven we gewoon beschikbaar voor onze relaties, ook in de zomer.

In deze editie van de Refizium-nieuwsbrief praten we je kort bij over vier actuele fiscale en juridische onderwerpen die voor jouw als ondernemer relevant kunnen zijn. Praktische inzichten, relevante ontwikkelingen en tips waarmee je jouw voordeel kunt doen.

Aanvraag Subsidie Praktijkleren weer mogelijk

Vanaf 3 juni 2025 kunnen bedrijven weer een aanvraag indienen voor de subsidie Praktijkleren. Deze subsidie biedt een mooie tegemoetkoming voor werkgevers die leerwerkplekken aanbieden aan leerlingen in het mbo, hbo (techniek), vmbo (leerwerktrajecten) of promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding.

De subsidie is bedoeld als stimulans om jongeren en werkenden te begeleiden naar een plek op de arbeidsmarkt. Ook Refizium ondersteunt deze regeling graag, omdat praktijkgericht opleiden essentieel is voor de ontwikkeling van vakmanschap binnen de sector.

Belangrijke informatie:

Heb je vragen of hulp nodig bij de aanvraag? Neem gerust contact op met onze collega Henrick van Ooijen. Hij helpt je graag verder. En als je vorig jaar ook al een subsidie voor praktijkleren ontving, zal Henrick proactief contact opnemen.

Spelregels rondom verhuren verder aangescherpt

De woningmarkt is al sinds langere tijd oververhit. De overheid heeft daarom de regelgeving rondom het verhuren van woonruimte aangescherpt. Dit kan de vraag oproepen of het nog wel interessant is om in vastgoed te investeren voor de verhuur.

Om hier antwoord op te kunnen geven, is het noodzakelijk dat je op de hoogte bent van alle verscherpte wet- en regelgeving in de vastgoedsector.

De meest impactvolle wijziging voor verhuurders is wel de verhoging van de liberalisatiegrens. Die lag in 2024 nog op € 879,66 per maand, maar is met ingang van 2025 verhoogd tot € 1.184,82 per maand. Breng je een huurbedrag in rekening dat onder de liberalisatiegrens ligt? Dan zul je de spelregels van de sociale of middenhuur moeten volgen.

Breng je een huurprijs in rekening die boven de liberalisatiegrens ligt, dan mag de huur dit jaar niet met 5,5% worden verhoogd, maar slechts met 4,1%.

Huurpunten
Tegelijkertijd is er meer nadruk komen te liggen op de huurpunten. Je hebt er als verhuurder ten minste 187 nodig om een woning in de vrije sector te kunnen aanbieden. Huurpunten worden onder meer gebaseerd op het oppervlak van de woning. Daarnaast speelt ook het energielabel een grote rol. Als het aantal huurpunten te laag is en ook niet eenvoudig met investeringen op het juiste niveau kan worden gebracht, dan zou het zinvol kunnen zijn om verkoop te overwegen.

De handhaving neemt toe. Het is dus belangrijk dat de verhuurpraktijk voldoet aan de nieuwe regels. Heb je vragen wat dit voor jou betekent? Refizium helpt je graag op weg met advies en praktische ondersteuning.

Overgang van onderneming: let op de gevolgen voor de loonheffing

Van een overgang van een onderneming is bijvoorbeeld sprake bij het inbrengen van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma (VOF) in een besloten vennootschap (BV). Bij de overgang van een onderneming gaan niet alleen activa en passiva over, maar vaak ook het personeel. Dit heeft directe gevolgen voor de loonheffingen.

De Belastingdienst beschouwt de overgang als een verandering van inhoudingsplichtige. Dat betekent dat de ‘nieuwe’ werkgever formeel verantwoordelijk wordt voor het juist afdragen van loonheffingen, premies en andere verplichtingen vanaf het moment van overgang.

Wat moet je regelen?

Let op: de oude werkgever blijft aansprakelijk voor de periode vóór de overdracht. Zorg daarom voor goede afspraken en overdracht van de administratie.

Een soepele overgang vraagt om heldere communicatie en tijdige actie richting de Belastingdienst.

Vragen of ondersteuning nodig bij een overgang van onderneming? Refizium denkt graag met je mee en helpt bij het correct inrichten van de loonadministratie. En we helpen uiteraard ook graag bij het hele plaatje van de inbreng en overgang van onderneming.

Oefenformulier Werkelijk Rendement Box 3

De Belastingdienst heeft onlangs een oefenformulier beschikbaar gesteld waarmee belastingplichtigen kunnen oefenen met het opgeven van het werkelijk rendement in box 3.

Dit formulier is bedoeld om u vertrouwd te maken met de nieuwe manier van aangifte doen, waarin niet langer wordt uitgegaan van een forfaitair rendement, maar van de werkelijke inkomsten uit vermogen.

Het oefenformulier is vooral handig voor wie zich wil voorbereiden op de daadwerkelijke aangifte en inzicht wil krijgen in welke gegevens nodig zijn. Denk hierbij aan rendement uit spaargeld, beleggingen, onroerend goed en overige bezittingen.

Bij Refizium staan wij klaar om te helpen bij het invullen van het oefenformulier én de uiteindelijke aanvraag.

Hulp nodig? Neem gerust contact met ons op. Wij begeleiden je graag!

Zonnige groet van het Refizium-team

Onlangs genoten wij met het hele team van een gezellig personeelsuitje. Een mooie manier om samen even op te laden. Met een glimlach kijken we terug op een dag vol plezier, goed gezelschap en frisse energie!

Nu is het tijd voor de zomervakantie, en ook bij Refizium gaan we er even tussenuit. Gelukkig niet allemaal tegelijk: we blijven gewoon bereikbaar voor al je vragen en ondersteuning.

Namens het hele team van Refizium wensen we al onze klanten een ontspannen vakantieperiode toe!

Team Refizium hoopt je met deze nieuwsbrief weer van nuttige informatie te hebben voorzien en is graag beschikbaar om jouw vragen te beantwoorden of je een passend advies te verstrekken. Neem gerust contact met ons op!

De zomerse dagen laten zich steeds vaker zien en de vakantieperiode komt langzaam in zicht. Toch draait het werk in deze weken nog op volle kracht door. Terwijl de vakanties naderen, blijft het belangrijk om fiscale ontwikkelingen goed in het vizier te houden.

In deze editie van de Refizium-nieuwsbrief praten we u kort bij over vier actuele fiscale en juridische onderwerpen die voor u als ondernemer relevant kunnen zijn. Praktische inzichten, relevante ontwikkelingen en tips waarmee u uw voordeel kunt doen.

Verkeersboetes en de WKR: hoe zit het fiscaal?

Een werknemer krijgt tijdens werktijd een verkeersboete. De werkgever besluit deze boete te betalen. Mag dat onbelast? En hoe zit het met de werkkostenregeling?

Boete op naam van de werknemer? Geen vrije ruimte!
Als de boete is opgelegd aan de werknemer (bijvoorbeeld bij gebruik van een privéauto), dan is een vergoeding altijd belast loon. Vergoedingen van geldboetes zijn volgens de Wet op de Loonbelasting verplicht loon en mogen niet als eindheffingsloon worden aangewezen. De vrije ruimte van de WKR is hier dus geen oplossing.

Boete op naam van de werkgever? Keuzevrijheid.
Bij een auto van de zaak komt de boete vaak op naam van de werkgever. In dat geval is de situatie anders:
Kan de werkgever de boete verhalen op de werknemer, maar doet dit niet? Dan is er sprake van loon. De werkgever mag dan kiezen:
1. Belasten bij de werknemer, of
2. Aanwijzen als eindheffingsloon (ten laste van de vrije ruimte.)

Mag de werkgever de boete niet verhalen (bijvoorbeeld door instructie aan de werknemer om te haasten)? Dan is er géén sprake van loon.

Praktische tip
De Belastingdienst staat toe dat werkgevers de loonbelasting over een verhaalbare boete voor eigen rekening nemen. Let op: brutering van het loon is dan vereist.

Werknemer verslikt zich flink in opzegging arbeidsovereenkomst

Werknemer zegt voortijdig op: mag dat zomaar?

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten, waarin geen tussentijdse opzegmogelijkheid is opgenomen. De werknemer zegt de arbeidsovereenkomst toch op, vier maanden voor de einddatum. De werkgever vordert daarop een schadevergoeding ter hoogte van het loon tot het einde van het contract. De werknemer verzoekt de rechter om die vergoeding te matigen. Hij zegt te hebben opgezegd vanwege een te hoge werkdruk, en bovendien heeft de werkgever inmiddels al een vervanger aangenomen. Dan is er toch geen sprake van schade?Wat zegt de rechter?

Het beroep van de werknemer op redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Dat de werkgever feitelijk geen schade heeft geleden, doet niet ter zake. Wel wordt de vordering gematigd tot drie bruto maandsalarissen, mede omdat het dienstverband relatief kort was. De rechtbank Rotterdam oordeelt dat de werknemer bijna € 23.000 moet betalen. Voor de berekening van het loonbegrip wordt uitgegaan van het maandloon plus vakantiebijslag. De bijtelling voor de auto blijft buiten beschouwing.Is het verstandig om een tussentijdse opzegmogelijkheid op te nemen?

Het uitsluiten van tussentijdse opzegging kan zekerheid bieden, maar kent ook nadelen. Als werkgever kun je de arbeidsovereenkomst dan namelijk zelf ook niet tussentijds beëindigen, bijvoorbeeld via een vaststellingsovereenkomst. Wat in jouw situatie verstandig is, hangt af van de omstandigheden.Even sparren over jouw arbeidscontracten?

We denken graag met je mee over wat verstandig en praktisch werkbaar is binnen jouw organisatie. Bel ons gerust of stuur een bericht voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Coronabelastingschuld? Regels voor betalingsregeling verder versoepeld

Hoewel het merendeel van de ondernemers inmiddels hun coronaschuld heeft afgelost, blijven tienduizenden ondernemers kampen met openstaande belastingschulden.

Per 1 april 2025 hadden nog ruim 120.000 ondernemers samen € 5,9 miljard schuld openstaan bij de Belastingdienst. Gelukkig biedt de fiscus opnieuw wat meer ademruimte.

Wat is er veranderd?
Levensvatbare ondernemers die moeite hebben met de standaardbetalingsregeling van 60 maanden kunnen het volgende doen:
– Een betaalpauze aanvragen;
– De looptijd van hun regeling verlengen  tot maximaal 7 jaar;
– Eenvoudiger gebruikmaken van een saneringsakkoord waarbij een deel van de belastingschuld wordt kwijtgescholden.

Ook het beleid rondom dwangcrediteuren is versoepeld. Tot nu toe moest een ondernemer zelf een dwangcrediteur benaderen (bijvoorbeeld een essentiële leverancier). Vanaf 1 juli 2025 hoeft dat niet meer: de Belastingdienst kan de crediteur erkennen als dwangcrediteur zonder voorafgaande communicatie door de ondernemer. Dit verlaagt de drempel voor sanering aanzienlijk.

Deze versoepelingen zijn een welkome stap voor gezonde bedrijven met tijdelijke financiële problemen. Tegelijk blijft het van belang dat saneringsakkoorden zorgvuldig worden getoetst. Kwijtschelding mag nooit leiden tot oneerlijke concurrentie.

Strengere voorwaarden voor splitsingsvrijstelling OVB

Per 1 juli 2025 gaan strengere regels gelden voor de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting (OVB). De overheid wil zo voorkomen dat via complexe juridische structuren overdrachtsbelasting wordt omzeild in situaties waarin bij een rechtstreekse overdracht wél belasting verschuldigd zou zijn.

Vier nieuwe voorwaarden
Om vanaf 1 juli gebruik te kunnen maken van de splitsingsvrijstelling, moet voldaan zijn aan vier cumulatieve voorwaarden:

  1. Ondernemingseis: Er moet een (zelfstandig deel van een) onderneming worden verkregen.
  2. Voortzettingseis: De verkrijger moet de onderneming minimaal drie jaar voortzetten.
  3. Soortgelijk belang-eis:  Aandeelhouders van de splitsende partij moeten een vergelijkbaar belang krijgen in de verkrijgende entiteit.
  4. Aanhoudingseis: Dat soortgelijke belang moet minstens drie jaar worden aangehouden.

Bij zogeheten ruzie-splitsingen geldt alleen de aanhoudingseis.

Daarnaast geldt: als er binnen drie jaar een nieuwe splitsing, fusie of reorganisatie plaatsvindt, blijft de vrijstelling gelden mits het soortgelijke belang in stand blijft én de herstructurering niet gericht is op belastingontwijking.

Bewijslast verschuift
Een belangrijke wijziging is dat vanaf 1 juli de bewijslast bij de belastingplichtige ligt. Die moet aantonen dat aan alle voorwaarden is voldaan. Tot die datum ligt die last nog bij de Belastingdienst.

Meer of minder loonheffing inhouden: mag dat?

Werknemers schrikken soms van een naheffing inkomstenbelasting, bijvoorbeeld omdat ze meerdere banen hebben of omdat over bijzondere beloningen te weinig loonheffing is ingehouden. Kun je als werkgever hierop anticiperen?

Meer loonheffing inhouden? Ja, op verzoek
Een werknemer mag je vragen meer loonheffing in te houden dan volgens de tabel nodig is. Dat kan via de reguliere tijdvaktabel of de tabel voor bijzondere beloningen. Het is een eenvoudige manier voor de werknemer om te voorkomen dat hij bij de definitieve aanslag moet bijbetalen.

Minder inhouden? Alleen met toestemming
Minder loonheffing inhouden mag ook, maar alleen als de werknemer hiervoor een machtiging van de Belastingdienst heeft. Die machtiging geldt specifiek voor een lager percentage op de tabel bijzondere beloningen (zoals bonussen of vakantiegeld). Zonder zo’n machtiging moet je de reguliere percentages toepassen.

Meer aandacht voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA)

Een veilige en gezonde werkomgeving is voor iedere medewerker essentieel. Daarom verplicht de Arbowet elke werkgever tot het opstellen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Naast fysieke risico’s moet hierin ook aandacht zijn voor psychosociale arbeidsbelasting (PSA), zoals werkdruk, pesten, discriminatie, agressie en seksuele intimidatie.

Waarom is dit belangrijk?
PSA komt voor in álle sectoren, functies en opleidingsniveaus. Het leidt vaak tot stress, verzuim en zelfs langdurige uitval. De Nederlandse Arbeidsinspectie kondigde aan de controle op PSA in de RI&E de komende jaren op te voeren.

Wat kun je als werkgever doen?

Team Refizium hoopt u met deze nieuwsbrief weer van nuttige informatie te hebben voorzien en is graag beschikbaar om uw vragen te beantwoorden of u een passend advies te verstrekken. Neem gerust contact met ons op!

In deze editie van de Refizium-nieuwsbrief praten we u kort bij over vijf actuele fiscale en juridische onderwerpen die voor u als ondernemer relevant kunnen zijn. Praktische inzichten, relevante ontwikkelingen en tips waarmee u uw voordeel kunt doen.

Kabinet wil elektrische leaseauto’s fiscaal stimuleren.

Het kabinet-Schoof wil bedrijven vanaf 2027 fiscaal belonen als hun leasewagenpark volledig elektrisch is.

Hoewel er geen verbod komt op benzine- of dieselauto’s, zet het nieuwe klimaatbeleid stevig in op elektrisch rijden. Werkgevers die kiezen voor elektrische leaseauto’s kunnen binnenkort profiteren van korting op de loonbelasting. Dit moet vooral zakelijke leaserijders stimuleren om over te stappen, een groep die relatief veel kilometers maakt en daarmee een belangrijke bijdrage kan leveren aan het terugdringen van CO₂-uitstoot.

Daarnaast is het kabinet van plan om vanaf 2027 een extra heffing in te voeren op auto’s van de zaak die een CO2-uitstoot hebben die groter is dan nul. Deze heffing zou 52% over 22% van de cataloguswaarde gaan bedragen.

Ook voor particuliere automobilisten wordt elektrisch rijden aantrekkelijker. Een aanpassing in de wegenbelasting – de zogenoemde gewichtscorrectie – zorgt ervoor dat elektrische auto’s minder duur worden in gebruik.

Meld arbeidsongeschiktheid bij uw pensioenfonds

De meeste pensioenregelingen kennen een bepaling waaruit voortvloeit dat de pensioenregeling premievrij wordt voortgezet bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

De pensioenuitvoerder neemt dan als het ware de premiebetaling over. Maar aan deze premievrije voortzetting zijn wel voorwaarden verbonden. Een van die voorwaarden is vaak dat u als deelnemer bij het pensioenfonds moet melden dat u arbeidsongeschikt bent.Mocht u arbeidsongeschikt raken, zorg er dan voor dat u dit bij uw pensioenfonds meldt. Zo bent u er zeker van dat uw recht van premievrije voortzetting is veiliggesteld.

Alleen met bewijs alsnog aftrek betaalde lijfrentepremie

Betaalde lijfrentepremies zijn aftrekbaar en de latere lijfrente-uitkeringen zijn belast. Dat is de hoofdregel, maar wat nu als u vergeten bent om de door u betaalde lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting af te trekken?

Niet getreurd, er is dan bij uitkering nog de saldomethode, waarvan u gebruik kunt maken. Deze methode houdt in dat een deel van de toekomstige uitkeringen onbelast blijft. Van belang is wel dat u moet kunnen aantonen dat de lijfrentepremie is betaald én niet is afgetrokken. De lijn in de rechtspraak is hier vrij hard. Kunt u de premiebetaling niet bewijzen? Dan wordt uw verzoek om toepassing van de saldomethode afgewezen.

Bewaar oude aangiftes en betalingsbewijzen zorgvuldig, zodat u eenvoudig kunt aantonen dat u de lijfrentepremies wel heeft betaald, maar niet heeft afgetrokken.

Fiscale regeling aandelenopties

Een van de opvallendste voorstellen uit de Voorjaarsnota 2025 is een nieuwe fiscale regeling die medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups aantrekkelijker maakt.

Met deze maatregel wil het kabinet het vestigingsklimaat voor innovatieve groeibedrijven in Nederland versterken en hun internationale concurrentiepositie verbeteren.

De regeling richt zich specifiek op het aantrekkelijker maken van aandelenopties voor medewerkers. Die gaan straks aanzienlijk minder belasting betalen over hun opties: niet langer het hoge tarief van 49,5% in box 1, maar maximaal 32,17%. Bovendien verschuift het moment van belastingheffing: pas als aandelen daadwerkelijk worden verkocht, en niet al bij verhandelbaarheid zoals nu het geval is.

Volgens het kabinet hebben Nederlandse startups en scale-ups vaak moeite om talent aan te trekken en te behouden door minder concurrerende arbeidsvoorwaarden. De nieuwe regeling moet hierin verandering brengen en verdere groei mogelijk maken. De wetsuitwerking volgt later dit jaar, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2027.

BTW-verhoging op cultuur, sport en media gaat definitief niet door

De btw-verhoging van 9% naar 21% voor  cultuur, sport en media gaat definitief niet door. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota van het kabinet-Schoof.  

Eind 2024 werd alsnog besloten om deze btw-verhoging per 1 januari 2026 voorlopig niet door te laten gaan. Ook de toepassing van de overgangsregeling waarbij het 21%-tarief ook al gold voor vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later), werd tijdelijk (tot 1 juli 2025) uitgesteld. Voorwaarde daarbij was dat er een alternatief zou worden gevonden voor de btw-derving van € 1,3 miljard. Het kabinet heeft die dekking gevonden in de verlaging van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting. Doordat de voorgenomen btw-verhoging nu definitief niet doorgaat, kunt u ook na 1 juli 2025 het 9%-tarief toepassen op vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later).

Team Refizium hoopt u met deze nieuwsbrief weer van nuttige informatie te hebben voorzien en is graag beschikbaar om uw vragen te beantwoorden of u een passend advies te verstrekken. Neem gerust contact met ons op!

In deze editie van de Refizium-nieuwsbrief praten we u kort bij over vier actuele fiscale en juridische onderwerpen die voor u als ondernemer relevant kunnen zijn.

Lees snel verder voor de details en praktische tips.

 

Vakantiedagen vervallen per 1 juli 2025

Wettelijke vakantiedagen over 2024 vervallen als ze niet vóór 1 juli 2025 zijn opgenomen. Maar let op: dit geldt alleen als u uw werknemers tijdig en duidelijk informeert over de vervaltermijn.

Wat betekent dit voor u als werkgever? U heeft een actieve informatieplicht. Dat houdt in dat u:

Doet u dit niet goed, dan blijven de vakantiedagen geldig. Werknemers kunnen ze dan later alsnog laten uitbetalen bij uitdiensttreding.

Zorg dus voor heldere communicatie en maak het opnemen van verlof bespreekbaar.

 

Verblijfskosten eigen rijders voor 2025 vastgesteld

Bent u transportondernemer (eigen rijder) en maakt u meerdaagse of internationale ritten? En geeft u uw winst aan via de inkomstenbelasting? Dan kunt u ook in 2025 kiezen voor een vaste aftrek voor verblijfskosten van € 50 per gereden dag (in 2024 was dit € 48).

Met deze regeling hoeft u geen bonnen of bewijsstukken te bewaren. Wilt u liever de werkelijke verblijfskosten aftrekken? Dan moet u wél kunnen aantonen dat deze hoger zijn dan het vaste bedrag.

Tip: De vaste aftrek vermindert uw administratieve lasten én bespaart tijd.

 

Borg staan voor uw bv? Let op de zakelijke voorwaarden

Staat u als dga borg voor de lening van uw bv? Dan sluit u een borgstellingsovereenkomst met uw bv. Gaat uw bv failliet en betaalt u de schuld, dan ontstaat een regresvordering op uw bv. Die is meestal niets meer waard – en u wilt het verlies aftrekken in uw aangifte.

Let op: dit mag alleen als de borgstelling zakelijk is. Dat betekent dat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden ook borg zou zijn gegaan. Een belangrijke voorwaarde hierbij is een zakelijke borgstellingsvergoeding – een redelijke vergoeding voor het risico dat u loopt.

Zonder zakelijke opzet loopt u het risico dat de Belastingdienst de aftrek weigert. Zorg dus voor een goed onderbouwde overeenkomst.

 

VVD, D66, CDA en SGP komen met ZZP-initiatiefwet

Vier partijen komen met een initiatiefwet die de onduidelijkheid onder zzp’ers en opdrachtgevers moet wegnemen. Ze constateren dat zelfstandigen nu onnodig opdrachten verliezen omdat opdrachtgevers het risico niet aandurven.

De initiatiefwet is gebaseerd op drie toetsen:

  1. Zelfstandigentoets: Is iemand echt een zzp’er? Hierbij wordt er gekeken of iemand zich naar buiten toe gedraagt als zelfstandige: heeft iemand meerdere opdrachten? Investeert iemand in eigen bedrijfsmiddelen? Uit iemand zich als zzp’er naar buiten toe?
  2. Werkrelatietoets: zijn er belemmeringen om als zzp’er te werken? Werkt iemand uit vrije wil als zzp’er? Heeft iemand een grote mate van vrijheid over de uitvoering van het werk en werktijd/verlof? En is er sprake van hiërarchische controle?
  3. Sectoraal rechtsvermoeden: sommigen sectoren hebben een hoger risico op schijnzelfstandigheid. Daarvoor kunnen sectoren zelf afspraken maken om misstanden aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan het tegengaan van arbeidsmigranten die werken in constructies als zzp’ers.

Aangezien het om een initiatiefwet is het niet zeker of deze wet zal worden opgenomen in de wetgeving. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Als er vragen zijn over de inhuur van zzp’ers, neem dan contact op met uw contactpersoon van Refizium.